vrijdag 11 november 2011

Pornografie


‘Niets slaapverwekkender dan seks in de Nederlandse literatuur,’ schreef Martin Bril. Een misschien onverwachte uitspraak voor een hartstochtelijk schrijver die zelf een periode kampte met een seksverslaving.

Slaapverwekkend of toch onbewust stimulerend – sinds de jaren zestig, zeg maar de geile oude tijd, buigt ook de literatuurwetenschap zich over pornografie. Recentelijk verschenen nog Seks!... In de negentiende eeuw (2006) van Nop Maas en Venus in minirok. Seks in de literatuur na 1945 (2010) van Piet Calis.

Afgelopen woensdag organiseerde de Universiteit Leiden het symposium Pornografie in de Nederlandse literatuur. Hoewel ik op voorhand geprikkeld werd door de line-up van sprekers, mediëvist Herman Pleij, Hermans-biograaf Willem Otterspeer, Marja Pruis (De Groene Amsterdammer) en Arnon Grunberg, bekroop mij, toen ik eenmaal in een slecht verlicht, volledig blauw (o, ironie!) geverfd achterafzaaltje aankwam, toch het gevoel dat de deftige Universiteit Leiden hier eens even lekker ‘stout’ ging doen.

Vooral tijdens de eerste lezingen – respectievelijk over seks in de Middeleeuwen, de achttiende en de negentiende eeuw; weinig inspirerende overzichtsreferaten – overheerste toch het flauwe ginnegappen.

‘Door allerhande slijtage zijn er veel pornografische werken verloren gegaan.’ (Gegrinnik.)

‘In de Gentse hoerenbuurt, 'Taskut' (hihi) had de vrouw “een hond tussen haar benen”.’ (Gebulder.)

‘Om een Engelse hoer te laten leven moet je er een ander onderleggen die de hik heeft.’ (Boehaha.)

Zelf heb ik één keer echt gelachen. Dat was toen Herman Pleij bijna toneelspelend verbeeldde hoe een Middeleeuwse verteller het podium opsprong, het publiek trakteerde op een verse scheet en riep: ‘Mijn darm krimpt!’ Even dacht ik de middeleeuwen te kunnen ruiken.

Pas na de lunch werd het interessant met de lezing van Willem Otterspeer over W.F. Hermans, ‘Slaan en geslagen worden’. Otterspeer, die af en toe proefballonnetjes opwerpt van zijn nog te verschijnen biografie van Willem Frederik Hermans – zo lazen we laatst in de krant dat Hermans lid is geweest van de nazistische Kultuurkamer –, haalde Hermans aan die in de jaren veertig een erotisch gedicht van Roland-Holst citeerde. Hermans besloot dit gedicht destijds met ‘Ik zie het al, u bent vermoeid.’ Een betere timing had niet gekund en een zucht van verlichting ging door de zaal. Het hier aanwezige publiek in het Plexus Studentencentrum had het inmiddels flink gehad met de zogenaamde scabreuze voorbeelden uit de Nederlandse literatuur.

Hoewel Hermans bij wijze van stijloefening ook wel vieze rijmpjes heeft geschreven – Otterspeer presenteerde een rondeel waarin Hermans parodieerde op de erotische verzen van Bertus Aafjes – is pornografie in zijn oeuvre hoofdzakelijk verbonden met macht, geweld en wraak. Dat seks bij Hermans daarbij vaak uitmondt in onbevrediging, illustreerde Otterspeer treffend met de lamlendige neukpartij uit het begin van de De tranen der acacia’s (1951). ‘Ik moet klaarkomen, dacht hij en dan kan ik slapen. Als ik ten minste slapen kan, of is zij van plan de hele nacht te blijven?’

Verfrissend was de wijze waarop Marja Pruis haar betoog over pornografie in de recente Nederlandse literatuur opende. Pruis nam ons mee in haar eigen wereld waarin vrouwen van in de veertig in een restaurant, tijdens het oesterslurpen, discussiëren over pijpen.

Helaas schurkte Pruis daarna teveel tegen de feministische moraal. Als ik haar goed heb geïnterpreteerd zou Robert Vuijsjes Alleen maar nette mensen (2008) te weinig afstand nemen van een racistische, mysogyne machocultuur die opnieuw – zij het deels ironisch, maar toch – tot leven gewekt zou zijn door vrouwenhater Michel Houellebecq. Hiernaast zouden volgens Pruis vrouwelijke pornografen, ‘pleasers en hoerige animatrices’ zoals Heleen van Royen en Charlotte Roche, zichzelf niet moeten verlagen door in te spelen op het taboe dat vrouwen geen vuile, promiscue seks mogen beschrijven. Valt er dan echt niets anders over de porno bij Vuijsje, Van Royen en Roche te zeggen? Even voorspelbaar vond ik Pruis’ concluderende onderscheid in ‘goede’ pornografische literatuur (Oek de Jong) en ‘slechte’ pornografische literatuur (Heleen van Royen).

Gelukkig hielp Grunberg. Hoewel hij niet direct op Pruis in ging, verkondigde hij vrij snel wat ik zo-even had gedacht, namelijk dat het zinloos is om te spreken van kunstzinnige porno en niet-kunstzinnige porno. Volgens Grunberg definieert porno zich door transgressie; het feit dat we er eigenlijk niet naar mogen kijken is een essentieel onderdeel van de lustbeleving. En daarbij geldt: hoe smakelozer, des te lustopwekkender. ‘We kijken het liefst naar seks met de buurvrouw.’

Deze en andere conclusies trok Grunberg na zijn veldonderzoek naar pornografie. Grunberg was de afgelopen maanden ‘onder de pornografen’ gegaan om de mens achter de pornograaf te bestuderen. In even hilarische als beschamende anekdotes gaf Grunberg alvast een voorproefje van zijn nog te publiceren onderzoek naar consumenten en producenten van Nederlandse porno. De schrijver stond hier in de gedaante van pornograaf, in zijn meest letterlijke betekenis. Het publiek luisterde ademloos, klaarwakker.

De dag had mijn hoge verwachtingen niet kunnen waarmaken. ’s Avonds moest ik opnieuw denken aan een sprekend voorbeeld uit de lezing van Marita Mathijsen. Van De bruiloft van Jacob Stootgraag (1829) is alleen de titel nog in ons bezit, voor de inhoud zijn we aangewezen op onze eigen verbeelding. Dat is waarom literatuur moeilijk pornografie verdraagt: de verbeelding is stimulerender dan het woord, de taal zwakker dan het beest.

zondag 30 oktober 2011

Is het postkolonialisme dood?



‘Het postkolonialisme is dood’, verklaarde de Leuvense hoogleraar Theo D’haen in zijn eerste lezing op het colloquium (Post)koloniaal nieuws, dat op vrijdag 28 oktober j.l. werd gehouden in het Amsterdamse politiek-cultureel centrum Spui25, ter gelegenheid van het eerste lustrum van de leerstoel West-Indische Letteren. Maar zijn collega’s weerspraken die opvatting met verve: Ieme van der Poel (UvA) over sprak over de verwerking van postkoloniale stereotypen in de Franse exotische iconografie en Franstalige strips. Ena Jansen (VU/UvA) bekeek de verwerking van het slavernijverleden in een nog uit te komen roman van de grote Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink. Wim Rutgers (Universiteit van Curaçao) keek naar de nieuwe Masters Literatuur en schoolboeken op de voormalige Antillen. Pamela Pattynama (UvA) analyseerde de film Ver Van Familie van Marion Bloem als document van Indische herinnering. En leerstoelhouder Michiel van Kempen besprak trans-atlantische invloeden op de canon van de West aan de hand van werk van Albert Helman en Clark Accord. De zaal zat vol en kreeg op de door Marita Mathijsen geopende middag, een fraaie staalkaart getoond van hoe de literatuurwetenschap tegenwoordig omgaat met de cultuur van voormalige koloniën. Is het postkolonialisme dood? Discussie wordt vervolgd. Een foto-impressie.

Theo D'haen



Ieme van der Poel

Ena Jansen

Wim Rutgers

Pamela Pattynama

Michiel van Kempen

Een deel van het publiek

zondag 18 september 2011
















Jay Bolter begon vandaag maar weer eens bij het begin op het International Symposium on Electronic Art 2011. Daar zijn keynotes tenslotte heel geschikt voor. De New Media professor van Georgia Tech vertelde in Istanbul een zaal vol kunstenaars en wetenschappers wat ze al wisten (2 miljard mensen beschikken over internet. Iedere maand worden er 2.5 miljard foto’s op Facebook gezet- dat soort duizelingwekkende getallen), om vervolgens de vraag te stellen wat de invloed van digitalisering is op kunst.

Vrij weinig, stelde Bolter hij tot zijn eigen verbazing vast. Hoe hard men ook ‘The End of Art’ heeft uitgeroepen sinds de jaren ‘ 60, in de praktijk is kunst niet zozeer verdwenen als wel gefragmenteerd. Hoewel we het erover eens zijn dat ‘there is no agreement what constitutes culture’, blijkt het geloof in de Kunst nog springlevend.

Desalniettemin sluit de nieuwe media kunst zich aan bij de revolutionaire kunstopvattingen uit de avant-garde. Bolter wees erop dat dit ‘popular modernism’ een contradictio in terminis inhoudt. Digitale kunstenaars, zo stelde Bolter, ‘want it both ways’: ze willen een revolutie, maar tegelijk willen ze aansluiten bij gevestigde opvattingen over Kunst. Hij liet voorbeelden zien van flash mobs (bekijk vooral http://www.youtube.com/watch?v=jwMj3PJDxuo) en alternate reality games. De meeste digitale kunst, zo concludeerde hij, probeert omdanks hun avant-gardistische ‘ family-ressemblances’ helemaal niet de maatschappij te veranderen. De makers hebben volgens Bolter zelden een politieke agenda buiten het willen delen en vrij verspreiden van beelden en informatie, zelfs op de activistische site 4chan. Alleen in de daaruit voortgekomen beweging Anonymous zag Bolter revolutionaire potentie- zij steunen wikileaks en bestrijden bijvoorbeeld Scientology actief. Anonymous ziet zichzelf alleen weer niet als kunst, concludeerde Bolter wat spijtig.

Een optimistische Australische uit de zaal merkte op dat de wijze waarop kunst in Nederland tegenwoordig actief onderdrukt wordt, betekent dat kunst wel een zekere subversieve kracht moet hebben. Waarom zou de regering het anders willen onderdrukken? Als we zo redeneren, is het ook een goed teken dat 4chan in Turkije niet toegankelijk is, ‘after legal evaluation’ . Zo is ook de digitale kunst nog een beetje subversief.

zaterdag 18 juni 2011

Reve-biografie verschijnt voorlopig niet

Donderdagmiddag meldde Het Parool dat Joop Schafthuizen in het kort geding tegen Van Oorschot en Nop Maas door de rechter in het gelijk is gesteld. Die legde niet de door de weduwnaar van Reve geëiste dwangsom van €100.000 per citaat op, maar wel een boete van €50.000 per afgedrukt citaat uit ongepubliceerd werk van Reve, met een maximum van €500.000.

Aangezien het slotdeel van Maas’ driedelige biografie voor een groot deel uit zulke nog niet eerder gepubliceerde citaten bestaat, wordt de verschijning ervan ernstig bemoeilijkt. Op zijn uitspraak uit december 2010, dat de biografie desnoods met parafrases zou verschijnen, kwam Maas later terug: Reve laat zich niet parafraseren. De vrees dat de biografie helemaal niet verschijnt, dreigt nu bewaarheid te worden.

Schafthuizen stelde tijdens de zitting, waarvan op dit blog eerder mijn verslag verscheen, dat het boek een diffamerend beeld schetst van Reve en hun relatie. Volgens Maas en Van Oorschot zijn alle wijzigingen die Schafthuizen eiste ‘tot op de komma’ doorgevoerd. Zij stelden dat er een mondelinge overeenkomst was gesloten; opnames van telefoongesprekken moesten dit bewijzen. De rechter oordeelde echter dat de telefoongesprekken dat niet aantonen. Ook heeft Schafthuizen nooit schriftelijk toestemming gegeven voor publicatie van deel 3, ondanks herhaaldelijk aandringen van Van Oorschot; bij deel 1 en 2 had hij dat al in een vroeg stadium gedaan. Op die manier had Schafthuizen bij deel 3 tot op het laatste moment de macht de publicatie te voorkomen door zich te beroepen op zijn auteursrecht.

Nog altijd is niet duidelijk wat Schafthuizen bedoelt met dat diffamerende beeld. Hij heeft tijdens de zitting op 26 mei slechts verklaard dat het boek een beeld zou schetsen als zou zijn relatie met Reve slechts hebben gedraaid om erotiek, drank en geld. Maas en Van Oorschot hebben toen aangevoerd dat er wel meer thema’s aan bod komen, zoals Schafthuizens goede zorgen voor de aan Alzheimer lijdende Reve en Reves Mariaverering.

Wat drijft Schafthuizen? Joris van Casteren schreef in een column in HP/De Tijd dat het de weduwnaar zou gaan om passages over diens pedoseksuele voorkeuren. Toen Reve in 2001 de Prijs der Nederlandse Letteren uit handen van koning Albert zou ontvangen, leidde Schafthuizens gedrag tot een schandaal. Schafthuizen zou jongetjes uit de buurt hebben betast, waarop de Vlaamse minister van cultuur Bert Anciaux koning Albert adviseerde Reve niet ten paleize te ontvangen en hem de prijs niet persoonlijk te overhandigen. Er bestaat een interview uit die tijd met Schafthuizen, waarin op de achtergrond een kwade Reve te zien is. Wat de pedoseksuele verdenkingen betreft zou het boek dus niet zo onthullend hoeven zijn.

Zou het dan toch om geld gaan? Schafthuizen doet er in de media in elk geval alles aan om de indruk te wekken dat dat niet het geval is. Vrijdag werd bekend dat hij het Rijksmuseum bijna 500 foto’s van Reve schenkt. Dat is niets voor Schafthuizen, die er bij Reve altijd op heeft aangedrongen overal veel geld voor te vragen, zelfs voor korte interviews.

Als het Schafthuizen te doen is om het geheimhouden van privédetails, lijkt hij daarin in niets op Reve, bij wie leven en werk eigenlijk een eenheid vormden. Het is dan ook van enorm cultuurhistorisch en literair belang dat dit boek er komt. Schafthuizens advocaat verklaarde donderdag dat er met Schafthuizen goed te praten valt. Het is niet ondenkbaar dat één van de condities waaronder zo’n gesprek gevoerd kan worden het meebrengen van een grote zak geld is. Deze week won het auteursrecht het van de literatuurgeschiedenis. Althans: voorlopig.

A.B.C. Swart

vrijdag 17 juni 2011

Kill the Widow

Wat zou Nop Maas nu gaan doen met het laatste deel van zijn Reve-biografie? Gaat hij het boek uitkleden? Zet hij 'Roman' op de kaft? Wacht hij tot Schafthuizen door de Allerhoogste tot zich geroepen is? Het is vreselijk voor de vele ijverige navorsers van schrijversarchieven en briefwisselingen, maar zullen we nu dan maar definitief besluiten dat het genre van de biografie niet tot de literatuur behoort, en al helemaal niet tot de wetenschap, maar dat het doodeenvoudig merchandising is?

woensdag 15 juni 2011

Can Poetry Save Lives?

Al enige tijd geleden introduceerde het collectief The Electronic Disturbance Theater – bestaande uit de kunstenaars en academici Ricardo Dominguez, Brett Stalbaum, Amy Sara Carroll and Micha Cardenas – een controversiële telefoonapplicatie: The Transborder Immigrant Tool (TBT), een ‘safety tool’ die immigranten op veiligere wijze door de woestijn tussen Mexico en de VS helpt navigeren. Voor de applicatie heb je geen chique iPhone of BlackBerry nodig. Het enige waarover je moet beschikken, is een Motorola i455:

[…] the Motorola i455 cell phone, which is under $30, available even cheaper on eBay, and includes a free GPS applet. We were able to crack it and create a simple compasslike navigation system. We were also able to add other information, like where to find water left by the Border Angels, where to find Quaker help centers that will wrap your feet, how far you are from the highway […]. (Dominiguez in Vice Magazine


Met behulp van GPS en het zogenaamde Virtual Hiker Algoritme van Brett Stalbaum is de applicatie niet alleen een eenvoudig navigatiesysteem, maar geeft het ook weer waar in nood verkerende immigranten water, snelwegen, grenspatrouilles en andere checkpoints kunnen vinden - ‘things to make the application really benefit individuals who are crossing the border.’ (Dominiguez in Vice Magazine). Zoals bekend sterven er jaarlijks nog honderden mensen in een poging de Mexicaanse grens over te steken. Eén van de motivaties achter het TBT-project is om de aandacht weer te vestigen op de humanitaire crisis die zich in het woestijngebied afspeelt. De actiegroep wil dat het immigratiedebat zich in de eerste plaats weer concentreert op de onnodige slachtoffers, op de onschuldige mensen die onder gruwelijke omstandigheden vechten voor hun leven. Hoe kunnen ‘illegale’ immigranten worden opgevangen en van humanitaire hulp worden voorzien?


De tool heeft veel aandacht gegenereerd (in BBC World, NBC, Fox News, en de UCSD Guardian). Tegenstanders vrezen dat de applicatie mensen stimuleert de oversteek te maken (geestig in dit verband is de opmerking van Fox-nieuwslezer Glenn Beck die in alle (geveinsde?) razernij en overdrijving van een ‘collapse’ van de Amerikaanse natie spreekt, zie dit filmpje). De makers benadrukken echter dat hun creatie in de eerste plaats een ‘safety tool’ is, ‘not trying to resolve the political anxieties of these communities or resolve the inadequacies of a fictional border for a so-called free-trade community. Again, our position is that it’s not a political resolution; it’s a safety tool.’

Interessant is dat de mogelijkheden van de applicatie hier nog niet ophouden. Tijdens het navigeren kunnen de vluchtelingen ook luisteren naar poëzie. Niet zomaar poëzie, maar poëzie over primaire levensbehoeften. “What constitutes sustenance?”, vraagt deze poëzie zich af. Via voordrachten – o.a. van Luis Alberto Urrea en Amy Sara Carroll – wil het collectief terug naar ‘utopian impulses of hospitality, freedom, justice, – and the aesthetic’. De gedichten brengen de luisteraar in een sfeer van gastvrijheid, gelijkheid, recht, van het esthetische. De poëzie ingezet om de reis, die niet alleen gevaarlijk, maar vaak ook ontzettend lang is, dragelijker te maken. Een poëtische interventie die op de tijd reflecteert en de ellende tracht te verlichten. Ik zou willen zeggen: digitale poëzie die zich niet alleen afspeelt op het scherm, maar een rol speelt in de wereld, die zich verzet tegen ‘the very conditions of life and death which are created by biopower’ (aldus Cardenas). In hoeverre ze daarin slaagt, kan ik gelukkig niet beoordelen. Het gebaar vind ik in ieder geval erg mooi. Het levert poëzie op die zich verhoudt ten opzichte van de misstanden in het Amerikaanse immigratiebeleid. Of in de woorden van de makers: het biedt ‘a biopolitical gesture, an experiment in Science of the Oppressed, a form of poetic sustenance and a media virus’.

zaterdag 4 juni 2011

Amsterdamse Lezingen

- Dinsdag 7 juni -
SLAA
Uitgesproken! Poëzie op de planken
Aanvang: 19.00 uur
Met: Tsead Bruinja, Remco Campert, Ellen Deckwitz, Daan Doesborgh, Rob Schouten, Anne Vegter en F. Starik (presentatie en gesprek)

Op 28 februari 1966 organiseerde Simon Vinkenoog Poëzie in Carré, het startschot voor een nieuw fenomeen in de literaire wereld: voordrachtspoëzie. Vroeger en nu worden op deze avond samengebracht: Rob Schouten bespreekt enkele hoogtepunten uit de geschiedenis van de voordrachtspoëzie. Remco Campert zal met zijn voordracht de stem van de Vijftigers doen herleven. Anne Vegter, Tsead Bruinja, Ellen Deckwitz, en Daan Doesborgh laten horen hoe performers tegenwoordig klinken.

Comedy Theater, Nes 110, Amsterdam. Kaarten €10,00; €8,00 Stadspas/CJP/65+; €5,00 studenten; gratis met passe-partout. Reserveren via www.comedytheater.nl of (020) 4222777.


- Donderdag 9 juni -
De Nieuwe Liefde
De Nieuwe Liefde ontvangt: Alain de Botton

Aanvang: 20.00 uur

Schrijver en filosoof Alain de Botton geeft een uitgebreide lezing (Engelstalig) naar aanleiding van zijn nieuwste boek Religie voor atheïsten. Deze lezing wordt gevolgd door een interview met filosofe en publiciste Stine Jensen en publiek krijgt vervolgens de mogelijkheid vragen te stellen.

Proberen te bewijzen dat God niet bestaat kan een geliefd tijdverdrijf zijn voor atheïsten, maar waar het werkelijk om gaat is niet zozeer de vraag of er een God is, maar hoe je verder redeneert wanneer je hebt besloten dat Hij er niet is. In dit uiterst originele boek betoogt Alain de Botton dat de seculiere samenleving veel kan leren van religies als het gaat om zaken als gemeenschapszin, ethiek, onderwijs en kunst. Religie voor atheïsten zet de dogmatische kanten van religies overboord, waarna er enkele aspecten uit gefilterd worden die troostrijk kunnen zijn voor de sceptische hedendaagse mens.

Entree: €12,50 of €10,- voor studenten. Bestel een ticket via de website.


- Donderdag 9 juni en vrijdag 10 juni -
Frascati
A.M.

Aanvang: 19.30 uur.

'Arnoud Noordegraafs multimediavoorstelling A.M. voor sopraan, vier instrumenten en
video-installatie is geïnspireerd door Tokio en de romans van Haruki Murakami. Als een Engel van de Nacht leidt de Japanse sopraan Mikae Natsuyama ons door het filmverhaal van een jongen en een meisje die, op zoek naar hun identiteit, elkaar tijdens een magische nacht in Tokio ontmoeten, verliezen en weer terugvinden.

In zijn compositie roept Noordegraaf met een breed palet aan klankkleuren, stadsgeluiden en flarden van nachtclubmuziek de bijna ongrijpbare magie van deze magnetische stad op. De film wordt simultaan op meerdere schermen en vanuit verschillende invalshoeken vertoond in een speciaal voor het Holland Festival gemaakte versie met livemuziek.'

€18 (incl. verwerkingskosten)/13,50 (incl.alle kosten).


- Vrijdag 10 juni -
Spui25
Boekpresentatie 'Griezelig gewoon'. Gotieke verschijningen in Nederlandse romans, 1980-1995

Aanvang: 17.00 uur
Met: Agnes Andeweg, Renate Dorrestein, Marja Pruis

'Hedendaagse Nederlandse auteurs putten naar hartelust uit het repertoire van de ‘gothic novel’. Agnes Andeweg analyseerde zes van deze gotieke romans: Letter en Geest. Een spookverhaal van Frans Kellendonk, De vierde man van Gerard Reve, Vriend van verdienste van Thomas Rosenboom, Noorderzon en Het perpetuum mobile van de liefde van Renate Dorrestein en Spookliefde van Vonne van der Meer. In elk van deze romans maakt het gotieke zijn entree: met een geheim kamertje op zolder, een spookverschijning in de bibliotheek, kraaien op de begraafplaats, corrupte monniken op een eiland of een metamorfose tot vampier. De verschijningen van het gotieke in deze romans laten zich lezen als een commentaar op de moderniseringen van de Nederlandse samenleving in de jaren zestig en zeventig. Via het gotieke drukken deze romans ambivalenties uit over nieuwe man-vrouwverhoudingen en nieuwe opvattingen over seksualiteit.

Literatuur uit de jaren tachtig is wel beschuldigd van gebrek aan engagement. Gelezen door de lens van het gotieke blijken de hier gepresenteerde romans niet onmaatschappelijk zijn, maar juist zeer betrokken bij de fricties over nieuwe definities van sekse, seksualiteit, sociale mobiliteit, vriendschap en religiositeit.'

Entree is gratis, wel van tevoren reserveren via de website.


- Dinsdag 14 juni -
SLAA
Gekte en literatuur
Aanvang: 20.00 uur.
Met: A.H.J. Dautzenberg, Esther Gerritsen, Astrid Lampe en Frénk van der Linden (interview)

De literatuur kent van oudsher wel ruimte voor het doorbreken van taboes. Schrijvers kunnen in de literatuur via hun personages gedragstaboes opvoeren en gebruiken deze ruimte om grenzen van het menselijk gedrag te onderzoeken. Ook vormen het afwijken van de norm en gek gedrag een haast cruciaal onderdeel van het kunstenaarschap in het algemeen. Maar de vraag is waar die ‘gekte’ dan uit bestaat en of dat inmiddels niet ook een standaard gegeven is geworden voor het gedrag van de kunstenaar? Gekte is uiteindelijk een verziekte vorm van, of sterk doorgevoerde, verbeelding.

Op deze avond zullen we met de schrijvers een gesprek aangaan over de volgende thema's: ervaren ze vrijheid om grenzen op te zoeken en taboes als ‘gekte’ of manifestaties van ‘vreemd’ gedrag naar voren te laten komen in hun werk, of voelen ze zich ingeperkt in die vrijheid? Wordt hun gedrag steeds meer langs autobiografische meetlatten gelegd en worden ze persoonlijk afgerekend op hun verbeelding? En ligt vooral het begrip verbeelding zelf niet onder vuur: hoe ervaren de schrijvers zelf de grens tussen persoonlijke fascinatie voor een onderwerp en het autobiografische, en is dat überhaupt belangrijk voor ze?

Entree: €10,00/ €8,00 (Stadspas, CJP, 65+), €5,00 (studenten) en gratis met de SLAA-passepartout. Kaartjes reserveren via info@slaa.nl.


- 14 t/m 19 juni -
Rotterdamse Schouwburg
42ste Poetry International Festival


'Het Poetry International Festival is voor het 42e jaar op rij het feestelijke podium voor de wereldpoëzie. De klank van de dichters en hun gedreven, inspirerende kijk op de wereld, de kracht en de schoonheid van de taal en de ontmoeting tussen de vele dichters en wereldtalen, zorgen voor een grote rijkdom en verscheidenheid aan poëzie. Pure poëzie als voordracht of poëziespecial, maar ook als documentaire en poëzietheater, debat, interview, als masterclass of versmolten met beeldende kunst; overdag, ’s avonds, groot en klein en op vele locaties in en om de Rotterdamse Schouwburg.

Speciale programma’s zijn er over Nobelprijswinnares Wisława Szymborska, de verticale poëzie van Roberto Juarroz, het tot op de laatste lettergreep geordende levenswerk De weg naar Egypte van Gertrude Starink en de schier eindeloze hoeveelheid muzikale gedichten van agitator pur sang en eeuwige banneling Bertolt Brecht. Rotterdamse poëzie staat centraal op de eerste avond van het festival en ook dit jaar ontvangt de schrijver van het beste poëziedebuut de C.Buddingh’-prijs.

Het festivalthema Chaos en Orde wordt uitgediept in speciale programma’s, interviews en dichtersdebatten. In ‘Poëtica van de overmoed’, ‘Dit ben ik’ en ‘Wat zeg ik’ reageert poëzie op ontwikkelingen wereldwijd, zoals financiële crises, natuurrampen en revoluties, de drang naar grip en controle op de omgeving, de enorme behoefte aan communicatie en self exposure via de almaar groeiende mogelijkheden van internet en het taalgebruik dat tegelijk onpersoonlijker én intiemer wordt.

Voor alle programma’s geldt: entree naar eigen waardering, de meeste programma’s zijn language no problem.


- Vrijdag 24 juni -
Perdu
Titels, een expositie
Aanvang: 20.30 uur
Met Pieke Werner, K.Schippers, Tine Melzer, Maartje Wortel, Bernke Klein Zandvoort, Caroline Ruigrok, Samuel Vriezen, Dorine van Meel, Maartje Smits en vele anderen!

'Marcel Duchamp zei eens dat de titel van een kunstwerk een onzichtbare kleur was. Mensen hebben namen, kunstwerken hebben titels, dieren en planten hebben een terminologie, producten hebben een merk.
Wij bezitten de taal om het beeld te laten leven, om te benoemen wat wij bedoelen, om te verwijzen. Mensen geven mensen namen, schrijvers doen dat bij personages, beeldend kunstenaars doen dit bij hun werk. Wat zijn de omstandigheden bij bepaling hiervan, en nog belangrijker; wat zijn de gevolgen?
Dat we worden beïnvloed door titels in het kijken naar kunst is een zaak om opgewonden over te raken. Het vormt de inzet voor het experiment Titels. Deelnemers aan dit experiment vertegenwoordigen wederzijds de titel of het kunstwerk. Deze avond brengt Perdu de voordracht van kunstwerken en hun titels.'

Entree: 7 euro/5 euro (met vrienden-, studenten- of stadspas).