‘Vraag iemand naar de zin van het leven en hij antwoordt met het verhaal van zijn leven’. Het is een uitspraak van de Hongaarse schrijver György Konrad, opgetekend door Wim Kayzer in diens legendarische VPRO-serie ‘Nauwgezet en Wanhopig’. Ronald Soetaert, voorzitter van de Vlaamse Stichting lezen en wetenschapper aan de Universiteit Gent (vakgroep Onderwijskunde binnen de Psychologie en Pedagogische Wetenschappen) gebruikte dit citaat vanochtend in zijn inspirerende en rijke opening van het symposium De grenzen van het lezen in Gent. Voor een zaal vol literatuurdocenten, critici en andere mensen die zich (bewust of onbewust) met leesbevordering bezig houden, gaf Soetaert een uitermate fris en on-nostalgisch pleidooi voor (het lezen van) literatuur. Puttend uit het onderzoek dat hij en zijn promovendi doen naar representaties van literatuur en de literaire traditie in romans, films en toneel, onderscheidde hij twee belangrijke functies van literatuur. Literatuur biedt gereedschap (‘equipment for living’, Kenneth Burke) en gezelschap (‘the company we keep’, Wayne Booth). Veel van wat Soetaert zei, had hij al eens uitgebreid opgeschreven in De cultuur van het lezen, een lijvig rapport in opdracht van de Taalunie (dat dankzij Soetaerts bevlogenheid en stijl toch veeleer een essay was dan een rapport). Wat me vanochtend vooral frappeerde, is het gemak waarmee Soetaert (te midden van verstokte leesbevorderaars) het ‘literaire’ durfde op te zoeken in een domein dat veel breder is dan dat van de literatuur. Of anders gezegd: het is voor Soetaert niet evident dat de (ook voor hem cruciale) functies van literatuur in de maatschappij enkel en alleen vervuld worden door wat we op dit moment gewend zijn als ‘literatuur’ te bestempelen. Ook in films, televisie, games en blogs worden specifiek literaire middelen gebruikt. Soetaert daagde zijn gehoor uit die middelen dan ook als 'literair' te erkennen (ze vervullen immers precies de functies die we doorgaans aan literatuur toekennen). Voor literatuurwetenschappers impliceerde zijn betoog de aansporing ‘het literaire’ breed te definiëren: het empirisch domein van de literatuurwetenschap is breder dan we geneigd zijn te denken. Het aardige is dat Soetaert niet vraagt om aandacht voor het 'literaire' van andere kunstvormen omdat hij opgehouden is te geloven in de kracht van de literatuur. Eerder in tegendeel. Soetaert gaat ervan uit dat literaire middelen krachtig genoeg zijn om mediawissels te doorstaan. Zie ook Soetaerts interessante blog.
woensdag 10 februari 2010
Gereedschap en gezelschap
‘Vraag iemand naar de zin van het leven en hij antwoordt met het verhaal van zijn leven’. Het is een uitspraak van de Hongaarse schrijver György Konrad, opgetekend door Wim Kayzer in diens legendarische VPRO-serie ‘Nauwgezet en Wanhopig’. Ronald Soetaert, voorzitter van de Vlaamse Stichting lezen en wetenschapper aan de Universiteit Gent (vakgroep Onderwijskunde binnen de Psychologie en Pedagogische Wetenschappen) gebruikte dit citaat vanochtend in zijn inspirerende en rijke opening van het symposium De grenzen van het lezen in Gent. Voor een zaal vol literatuurdocenten, critici en andere mensen die zich (bewust of onbewust) met leesbevordering bezig houden, gaf Soetaert een uitermate fris en on-nostalgisch pleidooi voor (het lezen van) literatuur. Puttend uit het onderzoek dat hij en zijn promovendi doen naar representaties van literatuur en de literaire traditie in romans, films en toneel, onderscheidde hij twee belangrijke functies van literatuur. Literatuur biedt gereedschap (‘equipment for living’, Kenneth Burke) en gezelschap (‘the company we keep’, Wayne Booth). Veel van wat Soetaert zei, had hij al eens uitgebreid opgeschreven in De cultuur van het lezen, een lijvig rapport in opdracht van de Taalunie (dat dankzij Soetaerts bevlogenheid en stijl toch veeleer een essay was dan een rapport). Wat me vanochtend vooral frappeerde, is het gemak waarmee Soetaert (te midden van verstokte leesbevorderaars) het ‘literaire’ durfde op te zoeken in een domein dat veel breder is dan dat van de literatuur. Of anders gezegd: het is voor Soetaert niet evident dat de (ook voor hem cruciale) functies van literatuur in de maatschappij enkel en alleen vervuld worden door wat we op dit moment gewend zijn als ‘literatuur’ te bestempelen. Ook in films, televisie, games en blogs worden specifiek literaire middelen gebruikt. Soetaert daagde zijn gehoor uit die middelen dan ook als 'literair' te erkennen (ze vervullen immers precies de functies die we doorgaans aan literatuur toekennen). Voor literatuurwetenschappers impliceerde zijn betoog de aansporing ‘het literaire’ breed te definiëren: het empirisch domein van de literatuurwetenschap is breder dan we geneigd zijn te denken. Het aardige is dat Soetaert niet vraagt om aandacht voor het 'literaire' van andere kunstvormen omdat hij opgehouden is te geloven in de kracht van de literatuur. Eerder in tegendeel. Soetaert gaat ervan uit dat literaire middelen krachtig genoeg zijn om mediawissels te doorstaan. Zie ook Soetaerts interessante blog.
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen