‘Onbegrijpelijk dat vrouwen werk als een rivaal zien waar ze niet tegenop kunnen. Een man en zijn werk zijn onafscheidelijk, alle mannen die hij kent zíjn hun werk, zo simpel is het. Het werk is niet iets wat ze doen, het is de essentie van hun persoonlijkheid,’ zegt Rafaël Delaporte in Connie Palmens roman Lucifer (2007). Deze observatie krijgt gestalte in Roland Oberstein, de hoofdpersoon van Grunbergs nieuwe roman Huid en haar. Hij is econoom en werkt aan een boek over de geschiedenis van financiële ‘bubbels’, fenomenen waarin een extreem grote vraag direct gevolgd wordt door een totaal gebrek daaraan. In zijn vrije tijd bestudeert Oberstein de rationaliteit en de economie van genocide, de Holocaust doet hij er als ‘hobby’ bij. Als hij vreemdgaat met Lea – een Joods-Amerikaanse die hij heeft ontmoet op een congres over de Shoah en de Europese identiteit; zij werkt aan een biografie over kampcommandant Höss – ziet Roland overspel slechts als een vorm van ‘diversificatie’, het spreiden van risico’s. Jaloezie is voor Oberstein kapitaalvernietiging. ‘Het hart van de mens is zijn portemonnee.’
Seks
Zijn werk gaat zelfs voor zijn zoon Jonathan, met wie hij plichtmatige telefoon- en iChatgesprekken heeft. Maar van Obersteins onderzoek komt weinig terecht. Naast het feit dat Oberstein te veel tijd verliest met lesgeven, eerst aan een Amerikaanse universiteit in Fairfax en later in Leiden, heeft hij vooral seks. Met zijn vriendin Violet, zijn minnares Lea en later met een studente van hem, de paardenliefhebster Gwenny.
Seks bij Grunberg is altijd een beetje ranzig en een tikkeltje pervers maar Huid en haar spant de kroon. In Venus in minirok. Seks in de literatuur na 1945 schrijft Piet Calis over Blauwe maandagen (1994) dat de seks tussen de ikfiguur en Rosie opvalt vanwege zijn onschuldige, intieme en bijna romantische karakter. Nu, 16 jaar later, is Grunberg een stuk realistischer en cynischer. Seks is boven alles een betaalmiddel waarmee men aandacht, genot of een Green Card koopt.
Werk en persoonlijkheid vallen geheel samen in de apotheose. Uiteindelijk is Oberstein zelf een ‘bubbel’. Als in De Telegraaf een pikante foto wordt afgedrukt waarop hij te zien is met een zweep in de paardenstal en er iets mysterieus met Gwenny gebeurt, is het gedaan. Er is geen vraag meer naar hem: hij verliest zijn alles, zijn werk.
Verveelde huisvrouwen
Als antiheld is Oberstein een reïncarnatie van zijn voorgangers Beck (De asielzoeker), Hofmeester (Tirza) en majoor Anthony (Onze oom). Net als majoor Anthony is Roland Oberstein een moderne tragische held die ten onder aan gaat aan hybris ofwel hoogmoed. ‘Als je de klassieken beter had gelezen, zou je je anders gedragen,’ zo zegt zijn baas op de Universiteit Leiden. Oberstein leest namelijk geen fictie: sentimentele onzin die niets met de werkelijkheid van doen heeft. ‘Iets voor verveelde huisvrouwen.’
Met Huid en haar heb ik meer gelachen dan met Onze oom. Als Oberstein de school van zijn zoon voor het eerst bezoekt, weet hij zich geen raad. ‘De hel, denkt Roland. Misschien niet de binnenste cirkel, maar ver zitten we er niet vandaan.’ En: ‘Hij zou [zijn ex-vrouw, AV] willen sms’en: ‘Ik kan Jonathan niet vinden. Waar heeft hij zich verstopt? En waarom ruikt het hier overal naar stront? We zijn hier toch niet in een kamp.’’
Tegelijkertijd voelde ik destijds meer compassie voor het lot van majoor Anthony uit Onze oom dan voor dat van Oberstein nu. De majoor legde in zijn extreme doorvoering van zijn heldhaftige moraal nog een zekere Wille zur Macht aan de dag. Ook toonde hij nog enige hartstocht. Daarentegen is Oberstein in zijn doorvoering van zijn radicale individualisme, zijn grenzeloze laissez-faire, iets cruciaal liberaals over het hoofd gaan zien: keuzes maken, eigen verantwoordelijkheid nemen. Hij is diegene die de ander wil dat hij is.
Daarom speelt Oberstein vals als hij zogenaamd de verantwoordelijkheid voor zijn zoon neemt door bij hem in de buurt te gaan wonen. Oberstein kiest er niet zelf voor, hij meent het niet. Met het gevolg dat hij alles alleen maar erger maakt. Plichtmatige verantwoordelijkheid is geen echte verantwoordelijkheid.
Op de achterflap staat dat het in Huid en haar gaat om straf, ‘ook waar geen schuld lijkt te zijn’. Volgens mij is het andersom, Oberstein is schuldig, juist omdat hij straf krijgt.
Maar hoe abject hij ook moge zijn, net als Lea kan ik Oberstein niet totaal verachten zonder mezelf te verachten. Misschien is dat de kern van ons probleem, we zijn niet bereid om ons Zelf totaal te verachten en in te zien dat het Zelf niet veel meer is dan een lege huls die wij per ongeluk hebben verward met een god.
Decommunicatie
In alles is Huid en haar een heerlijke Grunberg. De populistische burgemeester van Brooklyn en de Nederlandse academische wereld zijn corrupt, het grachtengordelvolk organiseert literaire prijzen slechts om deftig te dineren en de burgerij uit de vinexwijk is provinciaals bekrompen – iedereen krijgt er in deze tragikomedie ongenadig van langs. Met de zweep.
Daarbij toont Grunberg zich de meesterkoning van de miscommunicatie. Eindeloos wordt er gefacebookt, gebeld, gesms’t, ge-iChat en live face-to-face geruziet, net zolang totdat de personages zichzelf en elkaar decommuniceren.
Niet in het lot van Oberstein de fundamentalistische libertijn, zelfs niet in de Holocaust – daarvan hebben we ons, in de woorden van Oberstein, ‘losgekoppeld’ – maar in de menselijke miscommunicatie schuilt nu ons wezenlijke tragische lijden. Met onze vrede en ongelooflijke materiële welvaart zijn we nog steeds nauwelijks in staat tot contact met onszelf en de ander. Machtiger en geraffineerder, want vertrouwder dan die goede oude Duivel, is er één schuldige: het Zelf. Kunnen wij onszelf redden van ons Zelf? Zo ja, willen we dat ook?
Mooie interpretatie! Ik denk dat je gelijk hebt dat Ronald zelfs voor Jonathan uiteindelijk niet echt de verantwoordelijkheid neemt, en hem rustig met luizenbol en al weer bij zijn moeder aflevert als zijn dienst erop zit. Maar ik las dat hij met Gwenny uiteindelijk wel contact maakt (Levinas zou het heel betekenisvol vinden dat hij op haar facebook inlogt- juist het gezicht is belangrijk in een ethische verhouding). Zoals alle hoofdpersonen van Grunberg gaat hij uiteindelijk niet ten onder aan een gebrek, maar aan een teveel aan gevoel.
BeantwoordenVerwijderenVandaag verschenen: een boek over Grunberg, ge-edit door Johan Goud: _Het leven volgens Arnon Grunberg. De wereld als poppenkast_. Daarin o.m. een bijdrage waarin Yra van Dijk Grunbergs literaire omgang met de erfenis van de shoah bespreekt, vooral aan de hand van _Huid en haar_.
BeantwoordenVerwijderen