woensdag 13 oktober 2010

Jacob van Lennep leeft!

Op 7 oktober werd de eerste Jacob van Lennep-lezing uitgesproken door Marita Mathijsen in een ‘uitverkocht’ Spui 25. Ze hield een vlammend betoog over een van de markantste schrijvers uit de negentiende eeuw: Jacob van Lennep. Ze liet zien dat hij niet alleen een zeer productieve schrijver was, maar vooral en in de eerste plaats een actief burger. Hij was Tweede Kamerlid en zorgde ervoor dat er een goede waterleiding vanuit de duinen naar Amsterdam werd aangelegd. Ook zette hij zich in voor de bouw van het Amstel Hotel en hij voorkwam dat de Ridderzaal op het Binnenhof verloederde. Geen enkele hedendaagse schrijver die zich op dergelijke verdiensten kan beroepen.

Dat maatschappelijke engagement was heel gewoon voor een schrijver in de negentiende eeuw, misschien wel omdat schrijvers in de eerste plaats burgers waren en daarna pas kunstenaars. Kunst zonder maatschappelijke betrokkenheid was eenvoudigweg ondenkbaar.

De sfeer was opgetogen, om allerlei redenen. De speldenprikjes die Mathijsen uitdeelde naar de huidige bezuinigingsplannen op linkse hobby’s, vielen goed. Gegrinnik ook toen ze het had over de ‘broeksklep’ die Van Lennep niet al te stijf gesloten hield. Maar het leukste was toch wel de aanwezigheid van enkele nazaten van Van Lennep. Een van hen, Louis van Lennep, nam aan het einde vanuit het publiek het woord en bedankte Mathijsen voor het feit dat zij Van Lennep zo treffend als burger-schrijver had gekenschetst. En voor het feit dat ze pijnlijke zaken onbesproken had gelaten. Hij zal ongetwijfeld gedoeld hebben op Van Lenneps ‘verminking’ van de Max Havelaar. Het intrigerende was dat deze nazaat van Van Lennep als twee druppels water op zijn beroemde voorouder leek. Ik kon mijn ogen dan ook niet van hem afhouden: het leek wel alsof de schrijver zelf die avond in ons midden was.

Lotte Jensen

0 reacties:

Een reactie plaatsen