dinsdag 7 december 2010

Een Alma-Tadema voor Halbe Zijlstra

“De 19e-eeuwse schilder Alma-Tadema zei: ‘Zolang ik schilder, ben ik kunstenaar, als het af is, ben ik zakenman.’” Met dit citaat opent Halbe Zijlstra, staatssecretaris OC&W, een brief aan de Tweede Kamer waarin hij de uitgangspunten van het nieuwe cultuurbeleid (lees: de desastreuze bezuinigingen op cultuur) uit de doeken doet. De relevantie van Alma-Tadema’s citaat wordt als volgt toegelicht: “Kunst en commercie, podium en publiek zijn geen gescheiden werelden. Archieven en theaters, concertzalen en musea verlenen diensten aan publiek.”

Zo, zal Zijlstra (of zijn tekstschrijver) hebben gedacht, die zit. Klagende kunstenaars, ach, die snoeren we gelijk de mond met een uitspraak van iemand uit hun eigen kringen – een lichtend voorbeeld, een voorloper die wél wist hoe het moest.

Vervolgens licht de staatssecretaris toe hoe we de grondslag voor een ‘gezonde cultuursector’ kunnen leggen. De cultuursector, doceert Zijlstra, is afhankelijk geworden van overheidssubsidies en is het publiek uit het oog verloren. Dat moet anders, vindt hij. En daarom worden vanaf nu onder andere de volgende criteria toegepast bij de beoordeling van alle subsidieaanvragen:

  • publiek: de instelling trekt voldoende bezoekers;
  • ondernemerschap: eigen inkomsten staan in verhouding tot de subsidie;
  • participatie en educatie: instelling is toegankelijk voor kinderen en jongeren.

Die punten laten aan duidelijkheid weinig te wensen over. De consequenties ervan zijn echter even duidelijk: na de structurele korting op het subsidiesysteem gaat de rest van het beschikbare geld naar cultuur die zichzelf weet te verkopen en goed valt bij een breed publiek. Logisch, aldus Zijlstra, want cultuur is niet van een elitair kliekje, maar van en voor iedereen, nietwaar?

Wat onze kenner van de negentiende eeuw achterwege laat, is dat Alma-Tadema afkomstig was uit zeer gegoede kringen en een Academie-opleiding volgde, die hem verzekerde zowel van een publiek (afkomstig uit diezelfde zeer gegoede kringen), als van de smaak en de techniek die nodig waren om dat publiek tevreden te stellen. Als producent van enorm populair, gemakkelijk verteerbaar en risicoloos realisme, kon Alma-Tadema zichzelf dus inderdaad gemakkelijk bedruipen – nogal wiedes, ja. Dit in tegenstelling tot collegaschilders zoals, zeg eens wat, Van Gogh of Gauguin, want die maakten schilderijen die veel minder goed vielen bij ‘het publiek’.

Toegegeven, dat van dat ‘risicoloze realisme’ zegt misschien meer iets over mijn voorkeur voor schilders als Van Gogh dan over het toenmalige succes van Alma-Tadema. Maar dat doet er niet toe: het probleem is dat Zijlstra, verantwoordelijk voor beslissingen die een onvoorstelbare impact gaan hebben op het gezicht van de Nederlandse cultuur, overduidelijk gezakt is voor Sociology of Art 101, maar vervolgens wel – de cultuurhistorische expert uithangend – ons een ‘gezonde cultuursector’ voorhoudt die in feite gemodelleerd is naar een zichzelf in stand houdend, gesloten economisch systeem, waarin geen ruimte is voor alles wat uitdagend, choquerend, experimenteel, subversief, visionair, utopisch, of anderszins radicaal vernieuwend is.

Zijlstra’s retorische move is typerend voor het huidige debat over de bezuinigingen in de cultuur. Cultuur, zo wordt ons voorgehouden, moet nut hebben, moet het publiek bereiken, moet ‘ondernemend’ zijn. Maar cultuur hééft ook nut, ráákt ook het publiek, en ís ook ondernemend. Dat realiseren we ons echter pas als we ophouden om, zoals onze huidige regering doet, nut, effect en ondernemerschap uitsluitend te definiëren in termen van economische winst. Want wie met weinig middelen een uitdagend, choquerend, niet voor kinderen geschikt toneelstuk op de planken brengt, die is per definitie ondernemend. En de kunstenaar die ons de schaduwkanten van de vooruitgang of commercialisering voorhoudt, en zodoende onder woorden brengt wat ‘het publiek’ helemaal niet wíl horen, die weet dat publiek wel degelijk te raken. En wie experimenteert met radicale toekomstscenario’s, of alternatieve wijzen om de wereld te verbeelden en vorm te geven, die is per definitie nuttig.

Voor dat soort cultuur moet ruimte, geld en aandacht zijn. Als Zijlstra en de huidige regering echter hun zin krijgen, rest ons straks alleen nog maar de cultuur van de Alma-Tadema’s.

7 reacties:

  1. En laten we niet vergeten, dit kabinet heeft zelf de mond vol van de ‘hardwerkende Nederlander’. Hoe kun je dan zo rancuneus over kunst spreken? Kunstenaars hebben welhaast zonder uitzondering een onverbiddelijk arbeidsethos – want anders houd je jezelf domweg niet staande als muzikant, beeldend kunstenaar, schrijver, danser etc.
    Dat begint al op de kunstacademies: daar werken de studenten harder dan op alle andere hogeschool-instellingen.
    En dan: de ‘marktwerking’ is nergens zo genadeloos als doorgaans in de kunst het geval is. Kunstenaars werken vaak op free-lance basis, en dat betekent ook dat ze ieder moment vervangen kunnen worden.
    Hadden we dat soort marktwerking maar in het bankwezen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hm.

    Eerlijk gezegd.

    Het is ronduit teleurstellend waar Zijlstra nu mee komt, maar niet omdat het zo'n radicale breuk met het oude beleid vormt. Juist niet. Een radicale wijziging in barbaarse richting, dat zou nog wel een soort vernieuwing hebben betekend. Maar minstens vanaf Van der Ploeg heeft elke staatssecretaris zo'n beetje bovenstaand verhaal in een of andere vorm aan ons geprobeerd te verkopen. Het is altijd hetzelfde liedje: maatschappelijke blabla dit, publiek blabla dat, relevantie zus, ondernemerschap zo, reuteldereut. Elke keer weer probeert de politiek de kunst naar zijn evenbeeld te scheppen (pardon, naar het evenbeeld van de markt, maar in het parlemento-kapitalisme waar burger=consument is er geen wezenlijk verschil tussen die twee).

    Het echte verschil tussen Zijlstra en Van der Ploeg is dat Zijlstra bijna een kwart gaat korten. En aangezien niemand gelooft dat "de markt" en "het mecenaat" binnen vier jaar 200 miljoen gefourneerd gaan hebben gaat dat wel gevoeld worden, ja.

    De rest is niets dan de eeuwige terugkeer van de neoliberale doxa. Die dus zelf al lang en breed fout was, maar dat begint niet bij Zijlstra.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Samuel, betekent dat dat er niet meer hoeft te worden uitgelegd waarom het mede door Zijlstra uitgedragen beleid teleurstellend is? Dat hem en anderen niet meer op kortzichtigheid gewezen moet worden, ook al is die kortzichtigheid dan misschien niet nieuw? Ik zou zeggen van wel. Het helpt in elk geval meer dan den onontkoombaarheid van een, eeuwig, neoliberaal systeem poneren en daar vervolgens buiten gaan staan alsof je er zelf tóch aan ontkomen bent.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Thomas: Protest is terecht, zelfs noodzakelijk.

    Maar belangrijk daarbij lijkt me dat er een grondige overweging plaatsvindt van de grondslag van het protest, en dus ook een grondige overweging van wat er precies met het beleid verkeerd is. Daarbij moeten volgens mij een aantal dingen duidelijk onderscheiden worden:

    (1) de neoliberale doxa die wordt opgevoerd als ideologische verantwoording van het beleid, en die nu niet wezenlijk verschilt van eerder beleid. Wat ook impliceert dat dit geen nieuwe grond is voor verzet tegen het beleid, aangezien Zijlstra dit niet heeft geïntroduceerd; naar mijn gevoel suggereert de opzet van Gastons stuk hierboven dat dit wel nieuwe punten zijn. Verzet op dit niveau vereist niets minder dan de weigering van de neoliberale doxa. Dat kan óók verzet tegen bijvoorbeeld GroenLinks, de PvdA en D'66 inhouden.

    (2) De bezuinigingen zelf, die het feitelijke verschil uitmaken tussen Zijlstra en zijn voorgangers. Daar kun je tegen zijn zonder verdere ideologische analyse. Ik denk zelfs dat verzet tegen die bezuinigingen alleen coherent is als je het zo simpel mogelijk houdt. Daarmee bedoel ik dat de verleiding weerstaan moet worden om antwoord te geven op de vraag die steeds uit politiek en maatschappij komt om uit te leggen "waarom die kunst dan zo belangrijk is" in termen van een soort partijpolitieke agenda - dat levert bijna altijd oneigenlijke argumenten op. Nee, waar het om gaat is veel simpeler: minder geld voor de kunst betekent minder kunst (want het is niet reeel om te verwachten dat de markt die kortingen gaan opvangen) en niemand kan daar voor zijn.

    (3) De rancune tegen de kunst die die heftigere kortingen niet alleen mogelijk maakt, maar zelfs zo ongeveer onvermijdelijk. Daartegen helpt mijns inziens alleen een emancipatoire politieke agenda en bijbehorend activisme: het werken aan alternatieven voor de onmacht die mensen ervaren in ons politieke systeem.

    Natuurlijk bestaan er verbanden tussen deze punten. Zo is, zoals ik het zie, die rancune een direct gevolg van 30 jaar neoliberale dogmatiek, die ons heeft opgezadeld met een technocratie die zich voordoet als vrije markt, en een heel beperkte opvatting van vrijheid totalitair aan alle burgers/consumenten heeft opgedrongen. De kunsten doen er lijkt me verstandig aan om nog eens goed te overwegen in hoeverre ze zelf hebben meegewerkt aan dat systeem.

    Dus: inderdaad, laten we zeker Zijlstra op zijn kortzichtigheid wijzen, maar dat niet op een kortzichtige manier doen, de kritiek inbedden in een structurele analyse, en onszelf ook niet buiten schot houden.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Samuel,

    Ik zie niet in waarom mijn posting "naar jouw gevoel" kortzichtig zou zijn, of zou suggereren dat Zijlstra iets nieuws zegt. Dat staat er eenvoudigweg niet. Dus dat zegt meer over jouw gevoel of preoccupaties, lijkt me, dan over mijn posting.

    Verder waardeer ik je verzet tegen neoliberale doxa. Maar mijn posting komt wat mij betreft, als je 'm goed leest, voort uit eenzelfde verzet.

    Tot slot: je reactie getuigt van een defaitisme -- "het is altijd al een rommeltje geweest" -- dat ik niet van je gewend ben. Hopelijk komt daar verandering in.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Samuel Vriezen9 december 2010 00:14

    Gaston,

    ik had niet de bedoeling te zeggen dat jouw posting kortzichtig zou zijn. Ik zie dat mijn slotopmerkingen wel zo gelezen kunnen worden, maar ik had daar niet langer specifiek jouw tekst op het oog. Mijn slordigheid. Wel meen ik nog steeds dat er de suggestie uit spreekt dat Zijlstra's presentatie van het cultuurbeleid andere waarden vertegenwoordigt dat het cultuurbeleid altijd al deed, maar ik moet toegeven dat die suggestie in de eerste plaats van Zijlstra's eigen tekst afkomstig is, en niet van jou. Waarvan akte. Overigens neem je die suggestie tot op zekere hoogte over in je laatste zin, waar je zegt dat als Zijlstra zijn zin krijgt er straks geen vernieuwende kunst meer zal zijn. Aangenomen dat die vernieuwende kunst niet al lang aan het verdwijnen is zou zou dat dan toch een breuk betekenen met zijn voorgangers.

    Mijn observatie, dat Zijlstra's argumentatie een continuering van bestaand beleid betreft, is uiteindelijk vooral een aanvulling op je argument. Die aanvulling lijkt me belangrijk wil verzet tanden krijgen, om tot het structurelere niveau te komen waar de neoliberale doxa kwetsbaar kan worden.

    Ik geloof ook niet dat mijn reactie defaitistisch is. Ik zeg ook niet dat het altijd al een rommeltje is geweest. Maar wel dat wat er nu gebeurt niets anders is dan de continuering van een proces dat al minstens 30 jaar duurt. Dat is geen defaitistische vaststelling, maar een suggestie dat verzet zich nu op diepere lagen moet richten dan op een staatssecretaris die niets nieuws doet.

    En ik geloof dat dat ook kan. 30 jaar is ook maar een historisch proces; iets anders is dus mogelijk. Jouw poging hierboven om die paar "economische" steekwoorden ten positieve te perverteren vind ik alvast een aantrekkelijke suggestie, hoewel ik meen dat er meer nodig is - deconstructie staat er niet om bekend hard met de vuist op tafel te slaan. Misschien zullen we ook weer nieuw vocabulaire moeten introduceren? Zelf gok ik op nadere bepalingen van het subjectiverende vermogen van kunst, en zelfs een complete herziening zo niet verwerping van het begrip "publiek" (ik kom daar trouwens zeer binnenkort op terug, op een andere plek online).

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Dan zijn we het in grote lijnen strijdende eens, denk ik. Benieuwd naar je voorstel voor een herdefiniëring van het publiek!

    BeantwoordenVerwijderen