In de nazomer van 2000 schreef H.J.A. Hofland in NRC een reeks artikelen waarin hij op zoek gaat naar "nieuw engagement" in de literatuur. Was schrijversengagement inderdaad een stuiptrekking van (of heimwee naar) de tijden van Voltaire, Zola of Sartre? Zijn deze auteurs inderdaad verworden tot de helden in "het simpele sprookje van de intellectueel" (gedachten worden tot woorden, tot revolutie, tot macht)?Het werd een mooie, zij het tamelijk pessimistische reeks. Enkele citaten, als bescheiden eerbetoon aan de kersverse P.C. Hooftprijswinnaar.
Tientallen jaren geleden is het begonnen […]. De staat, de overheid, degenen die niet in rendement denken, overschatten toen al hun macht. […] De cultuur van het Westen [is] langzamerhand maar onweerstaanbaar in de dictatuur van het rendement terechtgekomen […]. Proefondervindelijk is bewezen dat de grootste aantallen worden ‘gescoord’ door de smaak van de miljoenen te plezieren. [Daarmee is] de vrije markt, zoals die zich in de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld, in haar anonimiteit de grootste vijand […] van de literatuur [geworden]Volgens Hofland heeft de dictatuur van het rendement "de staat, de overheid en al degenen die niet in rendement denken" in de rol van een verzetsbeweging gedrongen. Een dag na het kamerdebat over het cultuurbeleid van ons rechtse rancunekabinet kunnen we vaststellen dat Staat en Overheid inmiddels passen voor die rol.
Dat H.J.A. Hofland gisteren de P.C. Hooftprijs voor zijn oeuvre heeft gekregen is volkomen terecht. In De Volkskrant stond vandaag echter een opmerkelijke toelichting van één van de juryleden. Jaap Goedegebuure, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Leiden, waarschuwt evenwel om de prijs te zien als ‘legitimatie van de column als een nieuw literair gebied’.
BeantwoordenVerwijderenIn andere woorden zegt Goedegebuure hier dat hij de column niet als literair gebied wil beschouwen. Goedegebuure gedraagt zich als een veldwachter die aan de rand van het bos van de Literatuur staat en tegen de column zegt: ‘U komt er niet in, dit is beschermd gebied, ga maar ergens anders wandelen.’
Ik vind dit een tamelijk conservatieve gedachte die bovendien ingaat tegen de literaire praktijk. Een aantal literaire schrijvers is tegenwoordig tevens succesvol columnist. Waarom zouden columns niet tot het ‘literair gebied’, wat voor verheven reservaat dit in Hollands laagland dan ook moge wezen, kunnen behoren?
Volgens mij is het juist interessant om te onderzoeken hoe schrijvers hun columns vormgeven met bij uitstek literaire stijlmiddelen en thema’s.
Ik lees liever goede columns van Ilja Leonard Pfeijffer of Arnon Grunberg dan matige literatuur (bijvoorbeeld de laatste roman van Jan Siebelink). Dus wat een onzin om een bepaald genre – de column – bij voorbaat uit te sluiten. Om over de inhoud even te zwijgen, gaat het in kunst om de kwaliteit van de vorm en niet om de vorm van de vorm.