Waar draait het conflict om?
Om te beginnen beschouwt Staal politiek radicalisme niet als een symptoom, als een uiting van onvrede die 'eigenlijk' psychologisch, sociaal of maatschappelijk is. Voor hem is het radicalisme een politieke positie pur sang: ‘Het duidt de mogelijkheid een positie vorm te geven die sociale en politieke systemen tot verandering dwingt.’ Nu luidde de oorspronkelijke titel voor deze tentoonstelling ‘Angry: de verbeelding van de radicaal’. En binnen dàt kader had Staal ook zijn bijdrage uitgewerkt:
De originele titel duidde voor mij de verbeelding als een ‘uitbeelding’ van de radicaal in de media, politiek en kunst, maar ook de ‘inbeelding’ van de radicaal in zijn streven naar een radicaal ander wereldbeeld. Dat is, in positieve zin, de ultieme betekenis die het begrip radicalisme kan hebben. Let wel: positief betekent hier meer dan het ontwikkelen van een goed educatief programma bij een tentoonstelling, maar een op fundamentele wijze herarticuleren van de bestaande sociale en politieke orde. De radicaal is, alhoewel vaak tegen wil en dank, een schepper.Mij lijken Staal's uitspraken in ieder geval de moeite van het overdenken waard -- al was het maar omdat je deze opvatting niet snel tegenkomt in het door de media eindeloos rondgepompte discours over radicalisme.
De wind waait bij Staal duidelijk uit de neo-marxistische hoek, en iedere tentoonstellingsmaker weet op voorhand wat hij hier in huis haalt. Een organisatie heeft de plicht ervoor te zorgen dat een kunstwerk kan resoneren in het grotere geheel van de tentoonstelling. Het is dus geen onbetekenend detail als de titel van de tentoonstelling een aantal weken voor de opening wordt veranderd in: ‘jong en radicaal’. Staal verwijt de organisatie dat ze daarmee kiest voor een gelikt marketing concept, met het ‘eeuwig terugkerende sleutelwoord ‘jongeren’’.
Heeft Staal gelijk, of had de organisatie wel degelijk inhoudelijke redenen om te kiezen voor die andere opzet? Het halfbakken Nederlands in de antwoordbrief maakt de zaak er niet duidelijker op. (Zo zijn onderwerpen ‘tricky maar noodzakelijk om aan te kaarten’ en moest de organisatie ‘koorddansen op meerdere aspecten’.) Maar goed, dit is dan een belangrijk argument:
....de onvolgroeide hersenen en hormonale onevenwichtigheid van jongeren spelen een rol in het vermogen zich compromisloos in te zetten voor een zaak. Het zou flauw zijn om dat niet aan te stippen.Subtekst: waar de jonge radicaal zelf denkt dat hij politiek stelling neemt, daar zijn het eigenlijk de gierende hormonen die spreken. Of wacht, nee, toch niet, want de brief vervolgt: ‘Anderzijds zou het volslagen onterecht zijn de idealen waar mensen voor staan daarmee af te doen.’
En zo wordt weliswaar de kool en de geit gespaard, maar is de brief ook onbedoeld het bewijs van de aanklacht van Staal, die stelt: ‘[jullie] ontkrachten [...] precies datgene wat jullie zogenaamd claimen te verdedigen.’ De kunstenaar biedt overigens nog wel zijn brief aan als kunstwerk. Ik vind dat de antwoordbrief, in al zijn onvolgroeide onevenwichtigheid, ook geëxposeerd moet worden.
Een staaltje herarticulatie?
BeantwoordenVerwijderenAls we de auteurs van het recente manifest ‘Sustainism is the new modernism’ geloven, leven we in een nieuw tijdperk: een cultuur van netwerken en delen. Ons post-post-postmodernisme (goed, sustainisme bekt inderdaad wel lekker) zou de chaos bezweren door een voortgaande stroom van informatie en uitwisseling te genereren.
Jonas Staal lijkt zowaar een kersverse tegenbeweging in gang te hebben gezet met zijn ‘op fundamentele wijze herarticuleren van de bestaande sociale en politieke orde’. Maar tot welke maatschappelijke veranderingen hij ons wil dwingen en welke rol zijn kunst hierin vervult zullen we op deze tentoonstelling niet ontdekken. Hoewel…
Aan de organisatie schrijft hij: “Jullie tentoonstelling in zijn huidige vorm schept echter in het geheel niets; door jullie wordt het blockbuster-concept gevolgd. Die nieuwe ondertitel Jong en radicaal heeft met visie niets van doen maar alleen nog met een oppervlakkig soort marketing.”
Behalve dat hij ten tijde van de opening meent de organisatie met de grond gelijk te moeten maken, schaart hij in die brief in feite ook al zijn collega’s onder ‘niet-scheppende kunstenaars’. Waarom zou hij om te beginnen meewerken aan een dergelijk museum-project?
Het moge duidelijk zijn dat Jonas op geen enkele manier deel wil uitmaken van een eventueel sustainisme. En om even een bruggetje naar de literatuur te maken: zoals bijvoorbeeld Grunberg niet wilde meewerken aan het – ter ere van de 75ste boekenweek uitgegeven – boek ‘Titaantjes waren we’, lijkt ook Staal zich vooral te willen afzetten en profileren. Met goede resultaten overigens: de email met afwijzing van Grunberg werd in het voorwoord door de directeur geciteerd; de brief van Jonas wordt zowaar met antwoord en al in het NRC afgedrukt. Natuurtalent voor marketing?
Ophef in de kunstwereld is natuurlijk altijd interessant. En ik begrijp dat Jonas moeite heeft met de keuzes van anderen. Maar wat jammer toch dat dit soort media-aandacht altijd ten koste gaat van collega’s: kunstenaars die óók hele mooie en interessante dingen maken. Een (radicale) vraag is dan: is zijn actie wellicht ook op te vatten als herarticulatie zoals Staal die voor ogen heeft?