donderdag 27 januari 2011

Recensent in feestgedruis

'Onze presentaties gingen erin als koek', is de eerste zin van hoofdstuk twee in Haantjes, het nieuwste boek van Kluun dat dit weekend door Arjan Peters werd gerecenseerd (de Volkskrant, 22 januari). 'Hoogstaand amusement' zwaait Peters, 'vermaak op niveau'. De recensie zet, na een frons, toch aan tot nadenken... over hoog en laag, zoete koek, gênante verfilmingen, studiekeuze, eerste zinnen, beroemde Vlaamse schrijvers.

Zou het niet interessant zijn om ook het werk van een recensent eens te analyseren? Of begeef je je dan op een ander studiegebied? Neem Arjan Peters, naar ik begrijp haantje de voorste in de literatuurkritiek. Als hij schrijvers en wetenschappers met de grond gelijk maakt door ze op grove wijze te beledigen (zoals bijvoorbeeld in 'Dunne soep voor iedereen'), levert dat interessante stof voor onderzoek. En neem zijn recensie van dit boek van Kluun.

Na zijn eerste zin, 'Bevangen door vooroordelen en argwaan', lijkt Peters zowaar helemaal in de ban van Haantjes. Alsof hij eindelijk de club heeft gevonden die hij zelf altijd had willen oprichten (grapje, verwijzing naar Werther Nieland).

Valse nichtenstreken, giechelen om stommiteiten en rare namen, zelfspot, snelheid: dat is goed vermaak volgens Peters, 'een giller van een hellegang' smult hij verder. Niets lezen we intussen over wat hij nu zo sterk vindt aan de dialogen. Of om welke reden dit boek kwalitatief beter is dan het verhaal van die vrouw bij de dokter. Misschien omdat diezelfde vrouw nu de wijste wordt genoemd?

Dit boek geeft een tijdsbeeld als bonus, viert Peters. Maar schetst niet elk biografisch verhaal per definitie een tijdsbeeld? 'Twitterbaar' en uitgevoerd in twee kleuren lijken ook belangrijke items te zijn, of waren dat juist min-puntjes om op de koop toe te nemen? En is 'plat' bij nader inzien toch prima? Of is dit boek een stuk minder plat dan het vorige? Waarom dan? Je komt er niet achter... alleen het feestgedruis zwelt aan.

Kluuns verwijzing naar Kaas van Elsschot vindt Peters te subtiel voor zijn lezers. Die krijgen we dan ook niet te lezen. Wel gooit hij zelf nog eens de betiteling 'Elschottiaans' in de jolige strijd. Bedoelt Peters dat Kluuns stijl hier te vergelijken is met die van Willem Elsschot? Zou het werkelijk?

Laten we de eerste zinnen van die twee boeken eens vergelijken:
'Ik dacht altijd dat ik niet op mannen viel.' (Proloog in Haantjes, met dank aan het inkijkexemplaar van bol.com)
'Buffon heeft gezegd dat de stijl de mens zelf is.' (Inleiding in Kaas).

Zou je niet desnoods (biologische) psychologie of marketing gaan studeren om te onderzoeken wat sommige schrijvers en recensenten nu beweegt? Maar een feestneus opzetten is natuurlijk ook een optie.

Peters' recensie alias presentatie van dit boek gaat er bij mij niet in als koek. Ik houd bovendien erg van kaas, en dan het liefst zonder partyprikker.


NB: nagekomen bericht/opmerking van de redactie: op de Radboud Universiteit in Nijmegen loopt momenteel een groot project met onderzoek naar literaire kritiek.

.

1 reacties:

  1. In het NRC (28 jan. 2011) schrijft Arjen Fortuin: “(…) dat maakt Kluuns roman nog niet Elsschottiaans. Want Stijn van Diepen [hoofdpersoon in Haantjes] is een intelligente verteller vol ironie, een man die weet hoe de wereld in elkaar zit, voor wie Gay Flags geen zaak van leven of dood is, maar een avontuurtje, een man die zich amuseert met zijn eigen naïviteit en niet nalaat aan te geven hoe zijn vrouw (…) alles beter kan en weet dan hij. Frans Laarmans [hoofdpersoon in Kaas] mist juist elke vorm van zelfinzicht, hij wordt gedreven door een verlangen om in hogere kringen te worden opgenomen en stort zich zo in het mes, hij is alleen op de wereld. Daarom grijpt zijn verhaal je bij de keel.”

    BeantwoordenVerwijderen