zondag 27 februari 2011

Wielrennen, schoonheid en nationalisme

Enkele seizoenen geleden werden er op deze plaats gedachten geopperd over voetbal, schoonheid en nationalisme. Richten we ons nu op het wielrennen, in dit weekend van Kuurne-Brussel-Kuurne en van Omloop Het Nieuwsblad (gewonnen door Raborenner Sebastian Langeveld, tegen een achtergrond van Vlaamse en Belgische vlaggen). En laten we ons deze keer niet, zoals bij de wereldbeker voetbal, afvragen of er schoonheid te vinden is in de sport, ondanks het brullende nationalisme van de supporters. Maar wél of de schoonheid niet ook kan schuilen in het nationalisme van de supporters, in dit geval de wielersupporters. Dat dat zo kan zijn, lijkt elke zondagavond op de Belgische televisiezender Eén bewezen te worden, in de fictiereeks De Ronde.

De Ronde is een tv-reeks over een groot aantal personages, die bijna allemaal supporters zijn bij de Ronde van Vlaanderen. Tegelijk trekt de reeks duidelijk de esthetische kaart. Een tv-recensent van De Standaard wees erop dat de vele personages op een haast oneigentijds trage manier worden voorgesteld en dat er slechts mondjesmaat een verhaal verteld wordt. Bovendien wordt er ruim de tijd genomen voor sfeerbeelden, die dan ook nog eens geschoten zijn, net als bij een reportage, op de dag van de wedstrijd zelf. Het is een documentair decor waartegen de acteurs hun langzame verhaal vertolken. Zo lijkt er zich op het raakvlak van werkelijkheid en fictie een traag, maar zwaar drama te gaan afspelen. De schoonheid van een klassieke tragedie is op televisie haast niet zuiverder te vinden. (Zeker niet met de indrukwekkende kijkercijfers van De Ronde: meer dan twee miljoen kijkers in Vlaanderen, minstens een half miljoen meer dan de laatste twee WK-wedstrijden.)

Dat maakt de reeks rond de Ronde van Vlaanderen esthetisch (en populair), maar is hij ook nationalistisch? Marnix Beyen meende van wel, in een opiniestuk in De Morgen. Beyen, die politieke geschiedenis doceert in Antwerpen, bestudeerde eerder al het gebruik van de literaire figuur Tijl Uilenspiegel door uiteenlopende politieke gezindten, in de eerste plaats de Vlaams-nationalistische. Nu merkt hij op dat in de sfeerbeelden van De Ronde het evenement niet ontdaan wordt van Vlaams-nationalistische symbolen. Ze worden juist terloops en vanzelfsprekend gebruikt: de zwart-gele leeuwenvlag, de Brugse Grote Markt, de wielrenner, de ‘kleine, noest werkende ondernemer’. De lichte ironie waarmee dat gebeurt houdt geen kritiek in. Het nationalisme dat de supporters rond de Ronde meedragen, wordt dus zonder onderscheid mee opgenomen in het spel van gedramatiseerde werkelijkheid – kortom: in het esthetische karakter van de fictiereeks.

Wat leveren deze gedachten op? De vaststelling dat een goed verhaal, een traag drama en het spel van feit en fictie niet per definitie ‘linkse hobby’s’ zijn, tegengesteld aan de interesses van de gewone man. Maar ook meer dan dat: op tv zien we hoe het wielrennen de brug kan slaan tussen een nationalistische supporters – zoals die van oranje tijdens het WK – en progressieve intellectuelen, waaronder de televisiemakers. Beyen schrijft zelfs dat De Ronde kan ‘uitgroeien tot een (post)modern epos’ van Vlaanderen. Want inderdaad, Tijl Uilenspiegel lijkt nu vaker verdeeldheid te zaaien dan Vlaams-nationalistische roergangers in hun bestuursdroom zouden willen.

0 reacties:

Een reactie plaatsen