zondag 29 mei 2011

‘Gerard Reve verdient een biografie’

Een verslag van het kort geding over het slotdeel van de Reve-biografie

Afgelopen donderdag diende in de Rechtbank van Amsterdam het kort geding dat Joop Schafthuizen tegen uitgever Wouter van Oorschot en biograaf Nop Maas heeft aangespannen. Schafthuizen wil de publicatie van het slotdeel van de biografie van één van de belangrijkste Nederlandse schrijvers verhinderen, omdat het boek volgens hem een ‘diffamerend beeld’ geeft van Reve en hun relatie. Hij probeert publicatie te voorkomen door het gebruik van citaten uit ongepubliceerde brieven te verbieden. Voor elk citaat dat toch in de biografie wordt opgenomen, eist hij nu een dwangsom van €100.000,-.

Maas werkte van januari tot oktober 2010 aan het lijvige boek dat de laatste dertig jaar van het leven van Gerard Reve beschrijft. Schafthuizen, die gedurende deze periode Reves partner was en hem tot diens dood in 2006 heeft verzorgd, is Reves enige erfgenaam en daarom de enige die over het auteursrecht van Reves werk beschikt. Om die reden kreeg Schafthuizen in oktober typoscripten van het boek toegestuurd en nam Maas het hele boek tot in detail met hem door. Maas bracht op zijn verzoek talloze wijzigingen aan, en Schafthuizen leek daarna tevreden met het resultaat. Hij wilde wel graag een drukproef ontvangen. ‘Het gaat erom dat niets wordt vergeten,’ zou hij toen volgens Van Oorschot hebben gezegd.

Maar als Schafthuizen in november de drukproef heeft ontvangen, gaat het mis. Vol strepen stuurde Schafthuizen de proef terug. Hij eiste het verwijderen van nog eens honderden geldbedragen en meer dan zestig passages, waarvan vele meerdere pagina’s lang. In totaal wilde hij meer dan de helft van de ruim 700 bladzijden tellende drukproef schrappen. Aanvankelijk kondigde Nop Maas aan alle citaten te zullen parafraseren, maar later zag hij daar toch vanaf: ‘Reve laat zich niet makkelijk parafraseren.’ De eerste twee delen van de biografie hadden hun succes voor een belangrijk deel te danken aan de talrijke citaten uit de prachtige brieven die Reve aan God en de wereld schreef.

Schafthuizen had rechter Peeters verzocht de hele zaak achter gesloten deuren te behandelen. Nadat de rechter dit verzoek in overweging had genomen en, op grond van het maatschappelijke belang van de openbaarheid van de rechtspraak, had afgewezen, mocht het publiek, dat ongeveer vijftien mensen telde, in het zaaltje plaatsnemen. Indien iemand wilde citeren uit Reves ongepubliceerde werk, mocht Schafthuizen de rechter verzoeken het publiek even de zaal te laten verlaten. Voor elk citaat werd daarom Schafthuizens toestemming gevraagd, maar hij maakte geen gebruik van zijn recht.

Het boek werd nauwelijks inhoudelijk behandeld. Het ging niet zozeer om de inhoud van het boek, en volgens de rechter niet eens om auteursrecht, maar om de vraag of er over de tekst overeenstemming is bereikt. Zoals Schafthuizen al in uitzendingen van Brandpunt en Met het oog op morgen verklaarde, bestaat het derde deel van Maas’ Reve-biografie volgens hem uit ‘smaad, laster, leugens’. In de rechtszaal wilde hij daar alleen aan toevoegen dat Maas’ boek slechts een smeuïge, diffamerende aaneenschakeling is van ‘erotiek, drank en geld’. Volgens Van Oorschot en Maas sluit de biografie aan bij een reeds bestaand beeld. Bovendien komen er in het boek nog meer thema’s aan de orde, zoals religie, politiek en Schafthuizens zorgzaamheid voor de aan Alzheimer lijdende Reve. De rechter merkte op dat een biograaf van Gerard Reve moeilijk om de thema’s erotiek, drank en geld heen kan. Hij had weliswaar ‘slechts enkele boeken’ van Reve gelezen, maar meende toch te kunnen vaststellen dat deze thema’s zowel in Reves leven als in zijn werk een grote rol speelden. Deze thema’s hielden hem nu eenmaal bezig. Schafthuizen zou zich het boek volgens de rechter wat minder moeten aantrekken: ‘Als je toestemming geeft voor een biografie, moet je er rekening mee houden dat er elementen in zitten waar je niet blij mee bent.’

Advocaat Spoor noemde de aanpassingen die Schafthuizen eist absurd. ‘Hij schrapt alles wat hem niet zint.’ Een voorbeeld dat in de zaal tot hilariteit leidde was het schrappen van het bedrag dat Reve in 1985 na zijn gastcolleges bij de Universiteit Leiden aan overhemden probeerde te declareren. Spoor verwees naar een brief van Schafthuizen, waarin deze verbiedt alle citaten uit correspondentie met een zevental bij voornaam en de eerste letter van de achternaam genoemde personen op te nemen in de biografie. ‘Daar komt de aap uit de mouw,’ aldus Spoor. Schafthuizen zou deze brieven in brievenbundels willen doen verschijnen en daar veel geld aan willen verdienen. Wanneer in de biografie al uit deze correspondenties zou zijn geciteerd, zou de waarde van het auteursrecht op deze brieven afnemen. Schafthuizen, die tijdens de zitting wel vaker luidruchtig was, begon bij deze woorden te schaterlachen. Volgens Spoor is er in oktober een mondelinge overeenkomst gesloten en dient Schafthuizen zich daaraan te houden. Opnames van telefoongesprekken, die Nop Maas voor eigen gebruik heeft gemaakt, zouden dit moeten bewijzen.

Zowel Spoor als de rechter wezen herhaaldelijk op het belang van deze biografie, voor een groot lezerspubliek en voor de geschiedschrijving. Advocaat Spoor: ‘Over één ding zijn we het eens: Gerard Reve is één van de grootste naoorlogse Nederlandse schrijvers. Hij verdient daarom een biografie.’ Tegen het eind van de zitting nam Nop Maas nog kort het woord. Hij zei het ‘erg treurig’ te vinden dat de partner van uitgerekend Gerard Reve, ‘die zich altijd sterk heeft gemaakt voor de vrijheid van meningsuiting en de grenzen ervan heeft opgerekt’, de biografie probeert te voorkomen.

De rechter ried Joop Schafthuizen aan met iemand die hij vertrouwt rustig over het boek te praten, en na twee of drie weken nog eens met Wouter van Oorschot in gesprek te gaan. ‘Als ik een uitspraak heb gedaan, is dat niet meer terug te draaien. Dan zullen alle partijen zich daaraan moeten houden.’ Misschien zou Schafthuizen moeten inzien dat het leven in grote lijnen nu eenmaal gelopen is zoals het in het boek is beschreven, aldus de rechter, die het typoscript had gelezen. Hij vroeg Schafthuizen of het zijn bedoeling was de publicatie van het boek echt te voorkomen of de zaak alleen te ‘bevriezen’. De rechter achtte het niet in Schafthuizens belang het boek te voorkomen: ‘Nu u nog leeft, kunt u nog invloed op het boek uitoefenen. Na uw dood hebt u er geen zeggenschap meer over.’ Schafthuizen reageerde geïrriteerd: ‘Ik ben 63 en heb heel veel meegemaakt in mijn leven. Ik doe dit vanuit een weloverwogen overtuiging. Ik ben geen klein kind!’ Hij wil in principe de uitspraak afwachten. ‘Wat er daarna gebeurt, weten we nu nog niet,’ aldus advocaat Trojan. Schafthuizen wilde nog wel met Wouter van Oorschot in gesprek gaan, maar alleen als het slechts zou gaan ‘over het literaire kapitaal dat de biografie vertegenwoordigt’. Van Oorschot verklaarde graag met hem in gesprek te gaan, maar deze voorwaarde niet te begrijpen. ‘Dat het gesprek slechts over het “literaire kapitaal” zou mogen gaan, bevestigt onze veronderstelling dat het alleen om geld draait,’ aldus advocaat Spoor.

Anders dan bij een kort geding gebruikelijk is, doet de rechter pas over drie weken uitspraak, op donderdag 16 juni. Dan wordt waarschijnlijk bekend of de biografie binnenkort in ongewijzigde vorm zal verschijnen, of dat Revianen en literatuurhistorici voorlopig nog geduld zullen moeten oefenen.

A.B.C. Swart

0 reacties:

Een reactie plaatsen