Donderdagmiddag meldde Het Parool dat Joop Schafthuizen in het kort geding tegen Van Oorschot en Nop Maas door de rechter in het gelijk is gesteld. Die legde niet de door de weduwnaar van Reve geëiste dwangsom van €100.000 per citaat op, maar wel een boete van €50.000 per afgedrukt citaat uit ongepubliceerd werk van Reve, met een maximum van €500.000.Aangezien het slotdeel van Maas’ driedelige biografie voor een groot deel uit zulke nog niet eerder gepubliceerde citaten bestaat, wordt de verschijning ervan ernstig bemoeilijkt. Op zijn uitspraak uit december 2010, dat de biografie desnoods met parafrases zou verschijnen, kwam Maas later terug: Reve laat zich niet parafraseren. De vrees dat de biografie helemaal niet verschijnt, dreigt nu bewaarheid te worden.
Schafthuizen stelde tijdens de zitting, waarvan op dit blog eerder mijn verslag verscheen, dat het boek een diffamerend beeld schetst van Reve en hun relatie. Volgens Maas en Van Oorschot zijn alle wijzigingen die Schafthuizen eiste ‘tot op de komma’ doorgevoerd. Zij stelden dat er een mondelinge overeenkomst was gesloten; opnames van telefoongesprekken moesten dit bewijzen. De rechter oordeelde echter dat de telefoongesprekken dat niet aantonen. Ook heeft Schafthuizen nooit schriftelijk toestemming gegeven voor publicatie van deel 3, ondanks herhaaldelijk aandringen van Van Oorschot; bij deel 1 en 2 had hij dat al in een vroeg stadium gedaan. Op die manier had Schafthuizen bij deel 3 tot op het laatste moment de macht de publicatie te voorkomen door zich te beroepen op zijn auteursrecht.
Nog altijd is niet duidelijk wat Schafthuizen bedoelt met dat diffamerende beeld. Hij heeft tijdens de zitting op 26 mei slechts verklaard dat het boek een beeld zou schetsen als zou zijn relatie met Reve slechts hebben gedraaid om erotiek, drank en geld. Maas en Van Oorschot hebben toen aangevoerd dat er wel meer thema’s aan bod komen, zoals Schafthuizens goede zorgen voor de aan Alzheimer lijdende Reve en Reves Mariaverering.
Wat drijft Schafthuizen? Joris van Casteren schreef in een column in HP/De Tijd dat het de weduwnaar zou gaan om passages over diens pedoseksuele voorkeuren. Toen Reve in 2001 de Prijs der Nederlandse Letteren uit handen van koning Albert zou ontvangen, leidde Schafthuizens gedrag tot een schandaal. Schafthuizen zou jongetjes uit de buurt hebben betast, waarop de Vlaamse minister van cultuur Bert Anciaux koning Albert adviseerde Reve niet ten paleize te ontvangen en hem de prijs niet persoonlijk te overhandigen. Er bestaat een interview uit die tijd met Schafthuizen, waarin op de achtergrond een kwade Reve te zien is. Wat de pedoseksuele verdenkingen betreft zou het boek dus niet zo onthullend hoeven zijn.
Zou het dan toch om geld gaan? Schafthuizen doet er in de media in elk geval alles aan om de indruk te wekken dat dat niet het geval is. Vrijdag werd bekend dat hij het Rijksmuseum bijna 500 foto’s van Reve schenkt. Dat is niets voor Schafthuizen, die er bij Reve altijd op heeft aangedrongen overal veel geld voor te vragen, zelfs voor korte interviews.
Als het Schafthuizen te doen is om het geheimhouden van privédetails, lijkt hij daarin in niets op Reve, bij wie leven en werk eigenlijk een eenheid vormden. Het is dan ook van enorm cultuurhistorisch en literair belang dat dit boek er komt. Schafthuizens advocaat verklaarde donderdag dat er met Schafthuizen goed te praten valt. Het is niet ondenkbaar dat één van de condities waaronder zo’n gesprek gevoerd kan worden het meebrengen van een grote zak geld is. Deze week won het auteursrecht het van de literatuurgeschiedenis. Althans: voorlopig.
A.B.C. Swart
0 reacties:
Een reactie plaatsen